Waarom en wat van onderwijs

"21st century skills" (Trilling & Fadel)

Wat hebben medewerkers, leidinggevenden, professionals nodig om voorbereid zijn op de 21ste eeuw?

 

  • Dit zijn de competenties voor leren en innovatie zoals kritisch denken en probleemoplossend
    vermogen,
    communicatie en samenwerking en creativiteit en innovatie.

  • Voor burgerschaps- en beroepscompetenties zijn van belang flexibiliteit en aanpasbaarheid, Initiatief
    en
    zelfsturing, sociale en interculturele vaardigheden, productiviteit en resultaatgerichtheid en verantwoordelijkheid en leiderschap.

  • De competenties voor digitale geletterdheid zijn informatiegeletterdheid (find, filter and apply), mediageletterdheid en ICT-geletterdheid.

  • De leerling staat centraal in het leren. Of het nu een kind, een adolescent of volwassene is. Het gaat om aansluiten op de talenten op de leerdoelen die nagestreefd worden. Een ieder heeft eigen talenten en andere leer strategieën. Het is zaak die te kennen en aan te sluiten met de juiste leer strategieën om de leerling zijn doel te halen. Daarmee de leerling verantwoordelijkheid te laten nemen in zijn eigen leerproces. 

Leerkrachten en schoolleiders zijn onderwijskundige veranderaars en kennen verschillende rollen

  1. De rol van coach van het individuele leerproces van het kind ("leer kracht");

  2. In de rol van (groeps)facilitator in het faciliteren van de leerling in de verschillende
    individuele en gezamenlijke projecten en experimenten;

  3. De rol van vakdocent om de leerling kennis en vaardigheden bij te brengen (klassieke rol);

  4. De schoolleider is coach van het individueel ontwikkelproces van de leerkracht en facilitator van het
    team van
    leerkrachten in het collectieve groei en ontwikkelproces.

 

In die rolvervulling is een goede leerkracht iemand die als koorddanser en zoekt balans in

  • De lesstof die overgedragen wordt en de stijl en vaardigheden van de leerling;

  • De gestelde leerdoelen vanuit de wet en de individuele leerbehoeften;

  • Ruimte geven om de leerling te laten ontdekken en “overdragen van collectieve waarden en
    leefregels”;

  • Individuele leerling belang en het groepsbelang;

  • Aanjagen/ stimuleren versus laten gaan en sudderen;

  • Leiden en loslaten.

Essentieel is de samenwerking tussen leerling, leerkracht en ouder. Ieder heeft daarin een eigen kwaliteit en verantwoordelijkheid. De bedoeling is dat die verschillende kwaliteiten en verantwoordelijkheden elkaar versterken. Ook hier is het loskomen van dualiteiten en zoeken naar het antwoord dat de dualiteit overstijgt.